Copyright 2017 - Henk van den Beukel
Voorspel

Aan de deportatie van, en de moord op de Joodse Nederlanders ging een perfide voorspel vooraf. In kleine stapjes werd het Joodse volksdeel steeds meer geïsoleerd van de rest van de bevolking (Ontleend aan artikel Frans van den Muijsenberg).

01-07-1940 Verbod voor Joden om in de luchtbeschermingsdienst te werken.
06-09-1940 Verbod om Joden in overheidsdienst aan te nemen. Joden die al in dienst zijn mogen niet bevorderd worden. Kort daarop wordt dit uitgebreid van departementen en universiteiten naar alle gesubsidieerde instellingen.
26-09-1940 Verbod op publicatie van Joodse kranten, met uitzondering van Het Joodsche Weekblad.
05-10-1940 Alle medewerkers aan universiteiten, departementen en gesubsidieerde instellingen moeten een Ariërverklaring invullen over hun afstamming.
22-10-1940 Alle Joodse zakenlieden moeten hun onderneming laten registreren. Deze verordening regelt in grote lijnen ook wie wel en wie niet als Jood beschouwd dient te worden. Hier is deze omschrijving bedoeld om ervoor te zorgen dat de bedrijven niet te gemakkelijk op naam kunnen worden gezet van anderen. De definitie zal echter later bij de deportaties veelvuldig worden toegepast: Joods is iedereen met drie of meer Joodse grootouders, zelf lid is van een Joodse kerkelijke gemeente of met een Jood is getrouwd.
04-11-1940 Aankondiging dat per 21 november alle Joodse ambtenaren zullen worden geschorst en later ontslagen.
19-12-1940 Verbod voor Joden om Duits huishoudelijk personeel in dienst te hebben.
09-01-1941 Verbod voor Joden om bioscopen te bezoeken.
10-01-1941 Alle Joden of personen met ten minste één Joodse grootouder moeten zich laten registreren bij de bevolkingsadministratie. Binnen vier weken na afkondiging moeten alle gemeenten opgave hebben gedaan, wat ook keurig binnen de termijn wordt afgerond. Slechts een enkeling (twintig volgens dr. Lou de Jong) binnen de Joodse bevolking weigert. Er staan officieel 160.820 Joden geregistreerd, waarvan 15.549 half-Joden en 5.719 kwart-Joden.
16-01-1941 Voor Amsterdam, de stad waar verreweg het grootste deel van de Joodse bevolking woont, volgt een extra maatregel. Zij dienen ook op te geven hoeveel huizen en hoeveel winkels de Joden bezitten, waar hun scholen en kerken zich bevinden, welke tram- en buslijnen naar die wijken lopen, welke culturele instellingen er zijn.
12-02-1941 De buurt met veel Joodse mensen in Amsterdam wordt met prikkeldraad afgezet en omgedoopt tot de Joodse Wijk. De versperring verdwijnt kort daarop, maar de borden blijven staan.
13-02-1941 Oprichting van de Joodse Raad, die de dubieuze opdracht krijgt alle Duitse maatregelen uit te voeren – waaronder het bepalen van welke groep Joden met het eerstvolgende transport mee moet - en alle protesten direct in de kiem te smoren. Ze kunnen hiervoor beschikken over de enige Joodse krant, Het Joodsche Weekblad.
22-02-1941 Eerste arrestaties van 427 Joden die worden afgevoerd naar Mauthausen, na gewelddadige protesten tegen de maatregelen. Als reactie hierop breekt de Februaristaking uit, de enige anti-pogromstaking in de hele oorlog.
15-04-1941 Verbod voor Joden op het bezit van radio’s.
01-05-1941 Joodse advocaten en artsen mogen geen niet-Joodse klanten en patiënten hebben.
01-05-1941 Joden mogen niet langer markten bezoeken.
31-05-1941 Verbod aan Joden om zwembaden en stranden te bezoeken.
11-06-1941 Tweede deportatie van 300 Joden uit Amsterdam naar Mauthausen.
08-08-1941 Eerste LiRo-verordening VO 148/1941: Joden zijn verplicht hun banktegoeden van meer dan duizend gulden (ongeveer 450 euro) over te maken naar de Lippmann-Rosenthal Bank, een voormalige Joodse bank die door de Duitsers is overgenomen.
01-09-1941 Joodse kinderen mogen niet meer naar openbare scholen.
14-09-1941 Derde razzia, in Twente worden honderd Joodse mannen opgepakt en gedeporteerd.
15-09-1941 Verbod voor Joden om parken, dierentuinen, cafés, restaurants, hotels, schouwburgen en musea te bezoeken.
Vierde razzia, in Gelderland. Er worden honderd Joden opgepakt en gedeporteerd.
09-01-1942 Joodse persoonsbewijzen dienen te worden voorzien van een "J".
10-01-1942 In het oosten en noorden van het land worden werkkampen voor Joden ingericht.
20-03-1942 Verbod voor Joden om vervoermiddelen te bezitten of te besturen.
26-03-1942 Verbod voor Joden om met niet-Joden te trouwen.
03-05-1942 Alle Joden ouder dan zes jaar moeten een gele zespuntige Davidster met het woord "Jood" zichtbaar op hun kleding dragen.
21-05-1942 Tweede LiRo-verordening VO 58/1942. Joden moeten al hun goud, zilver, antiek, kunstvoorwerpen, waardevolle spullen en cultuurgoederen inleveren bij Lippmann-Rosenthal aan de Sarphatistraat te Amsterdam.
12-06-1942 Joden mogen slechts op bepaalde tijdstippen boodschappen doen bij een beperkt aantal winkels.
30-06-1942 Instelling van de avondklok, Joden moeten tussen 20.00 uur en 06.00 uur thuis zijn.
05-06-1942 Eerste oproepen van de Joodse Raad vallen in de bus.
06-07-1942 Verbod voor Joden om te telefoneren en verbod om bij niet-Joden op bezoek te gaan.
14-07-1942 Eerste transport van Amsterdamse Joden naar het doorgangskamp Westerbork.
15-07-1942 Vanuit Westerbork vertrekt de eerste trein met 1.135 Joden naar Auschwitz. Tot 13 september 1944 zal wekelijks een trein naar Auschwitz of Sobibor gaan.
22-07-1942 De Hollandsche Schouwburg wordt in dienst genomen als verzamelplaats waar de Joden zich dienen te melden en opgehaalde en opgepakte Joden worden vastgehouden.
       
De voorlaatste fase

De laatste stap vóór het overbrengen van de Joodse inwoners van de provincie Drenthe naar het kamp Westerbork was het overbrengen van de arbeidsgeschikte jongens en mannen naar allerlei werkkampen in de provincie. Op die manier werden zij gescheiden van de rest van hun familie. In de plaatsen en steden van Drenthe bleven alleen de vrouwen, de jonge kinderen en de bejaarden over. Van deze groep was geen heftige tegenstand te verwachten tegen het overbrengen naar het kamp Westerbork.
De Drentse werkkampen waren geen uitvinding van de Duitsers. Ze bestonden al voor de Duitse inval en waren opgericht in het kader van de werkverschaffing. Werklozen uit het gehele land werden in deze kampen ondergebracht en leverden hun aandeel aan de ontginning van de Drentse heidevelden. De eerste ontginning in Drenthe vond plaats in 1907, in het Zeijerveld bij Assen. Vooral na 1930 had de Heidemaatschappij veel projecten in Drenthe voor de ontginning van de heide en bossen.
Op 9 januari 1942 kregen 2.000 Joodse mannen het bericht dat zij zich voor een keuring moeten melden bij de Joodse Raad in Amsterdam. Een dag later werden ze naar werkkampen in de noordelijke provincies gestuurd om vooral ontginningswerkzaamheden voor de Heidemij te verrichten. Van werken kwam in de eerste maanden weinig terecht. De grond was bevroren en de verveling sloeg toe. Het schrijven van een brief naar vrienden of familie, een wandeling in de omgeving of het leggen van een kaartje zorgden voor wat afleiding.
Na deze eerste groep zouden nog vele Joodse mannen uit alle delen van het land volgen. Geen was voorbereid op de omstandigheden in de werkkampen. Het zware werk op het land was de meesten volstrekt onbekend. Het thuisfront moest in de vorm van kleding, geld en eten voor de nodige aanvulling zorgen. Deze hulp kwam ook wel uit de directe omgeving, soms uit mensenliefde, maar vaak uit winstbejag.
Begin 1942 werd door de nazi’s definitief besloten tot deportatie en vernietiging van de joden. Het gevolg was dat in het voorjaar en de zomer van 1942 de omstandigheden in de meer dan veertig werkkampen sterk veranderden. Het regime werd zwaarder en was vaak op Duitse leest geschoeid. De rantsoenen en de lonen werden minder en verlof en bezoek beperkt. Op de brieven kwam censuur en straffen werden vaker uitgevoerd.
De eerste deportaties naar kamp Westerbork - en vervolgens naar Oost-Europa - deden onzekerheid en angst toenemen. Sommigen melden zich vrijwillig voor transport naar Westerbork, bang dat ze misschien hun familieleden zouden missen. Anderen namen de benen. De opengevallen plaatsen werden opgevuld met nieuwe arbeidskrachten die vaak nog minder geschikt voor het werk waren.
Op de avond van 2 oktober 1942 meldden SS-ers zich bij de Joodse werkkampen, zogenaamd om er te overnachten. Sommige Joodse mannen roken onraad en probeerden te ontvluchten. De familieleden van de kampbewoners waren inmiddels door de Duitsers van huis gehaald en ook op transport gesteld naar kamp Westerbork.
Op de ochtend van 3 oktober 1942 werden alle Joodse werkkampen leeggehaald en werd iedereen naar kamp Westerbork gebracht. Op zo’n grote hoeveelheid mensen was het kamp uiteraard niet berekend en daardoor werden de mensen vrijwel direct gedeporteerd naar de vernietigingskampen in Oost-Europa, waar de meesten binnen veertien dagen zijn vermoord!

De 41 kampen bleken uiteindelijk een voorportaal van deportatie naar kamp Westerbork. Ook de werkkampen bij o.a. Oude Willem, Fochteloo, Norg, Echten, Mantinge, Vledder, Orvelte, Oranjekanaal, Gijsselte, Stuifzand, Geesbrug en Hoogeveen werden in de nacht van 2 op 3 oktober 1942 ontruimd. De achtergebleven gezinsleden werden van huis gehaald en bij hun mannen en vaders gevoegd.(RTV Drenthe)

De werkkampen in Drenthe (Zie ook Niek van der Oord: Jodenkampen, Kampen (Kok) 2003, 2e druk 2007):

Diever Werkkamp A, in Oude Willem
Diever Werkkamp B, in Oude Willem
Echten Werkkamp Echten
Gijsselte Werkkamp Gijsselte
Hoogeveen Werkkamp Kremboong
Hoogeveen Werkkamp Stuifzand
Linde Werkkamp Linde
Mantinge Werkkamp Mantinge
Nieuweroord Werkkamp Geesbrug
Norg Rijkswerkkamp de Fledders
Oranjekanaal Werkkamp Oranjekanaal
Orvelte Werkkamp Orvelte
Ruinen Werkkamp Ruinen
Vledder Werkkamp Vledder
             
        

FaLang Language Switcher